Vocabulaire voor (juridische) handelingen/activiteiten

Inhoud

Verslag conceptual Friday 15 april: vocabulaire (juridische) handelingen/activiteten

Aanwezig: Adam Loorbach, Jeroen Ekkelenkamp, Vincent van Dijk, Joyce Boes, Bart van Schijndel (allen regelbeheer DSO), Hans Overbeek (Koop/Geonovum, Register Omgevings Documenten), Gerard Kuys (Logius, Stelselcatalogus), Bas Jansen (Rulemanagement Group), Rob van Dort (Mapplica) en Arjen Santema (Kadaster, Catalogus DSO).

De catalogus voor de leefomgeving heeft een centrale rol in het Digitaal Stelsel Omgevingswet. In de catalogus worden onder andere alle begrippen opgenomen zoals die in de wet, AMVB's en ambtelijke regelingen worden gebruikt. Van alle begrippen wordt een definitie in klare taal, dat wil zeggen in voor de gewone man of vrouw begrijpelijke taal, opgenomen, eventueel aangevuld met een toelichting. Ook wordt de samenhang met andere meer generieke of meer specifieke begrippen vastgelegd. Dat geldt ook voor partitieve relaties met andere begrippen. Dit deel van de catalogus levert daarmee een thesaurus op. Deze thesaurus wordt opgebouwd op basis van het SKOS en SKOS/thes vocabulaire, waarmee het voor computers interpreteerbaar is en voldoet aan de ISO standaard voor thesauri. Van ieder begrip wordt ook de verwijzing naar de bron (in wetten.nl) vastgelegd. Deze verwijzing naar de bron gebeurt op basis van dcterms:source.

'brute' werkelijkheid, juridisch regelen en registreren

Een basispatroon is een gebeurtenis in de 'brute' werkelijkheid (1), die juridisch moet worden geregeld (2), hetgeen wordt vastgelegd in een (basis)registratie (3). Dit patroon is in het handelsregister mooi uitwerkt in hun gebeurtenissencatalogus. Deze bevat 109 gebeurtenissen. Bijvoorbeeld gebeurtenis 45 'starten onderneming'. Iemand wil op basis van allemaal mooie ideeën een onderneming starten (1). Daarvoor maakt de notaris een oprichtingsakte op (2), waarmee de onderneming juridisch is geregeld, c.q. bestaat. En de gegevens van de onderneming worden verwerkt in het hanndelsregister (3), waarmee ze kenbaar zijn voor de wereld. Hetzelfde patroon geldt bij de koop van een huis (1), waarbij voor de formele overdracht een notariële akte moet worden opgemaakt (2) en de nieuwe eigendomsgegevens worden vastgelegd in de Kadastrale registratie (3). Of bij een geboorte (1), waarvoor een geboorteakte wordt opgemaakt (2) en de gegevens worden verwerkt in het GBA (3).

In de meeste gevallen gaat het 'regelen' hierbij om juridische handelingen. In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij het beheren van de basisregistratie topografie, kun je niet meer echt spreken van een juridische handeling als een bepaald object door een topograaf in de registratie wordt opgenomen. Maar de grenzen van de bebouwing op de topografische kaart hebben we een vergelijkbare status als het gaat om het bepalen van de bebouwde kom. En ze hebben daarmee ook een zekere juridische status als het gaat om bijvoorbeeld het verlenen van een hinderwet vergunning. Voor (2) dekt de term 'institutionele handeling' daarom misschien beter de lading.

In de leefomgeving gaat het om activiteiten. Een activiteit of (juridische) handeling bestaat uit een werkwoord + een zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld 'exploiteren veehouderij'. Ook hiervoor geldt: er gebeurt iets in de 'brute' werkelijkeheid, bijvoorbeeld het starten van een veehouderij (1), daarvoor gelden regels en moet dus 'iets' (onder andere een vergunning) worden geregeld (2), waarvan het resultaat wordt vastgelegd en kenbaar wordt gemaakt (3).

Het patroon gebeurtenis - juridisch regelen - registreren lijkt dus een bruikbaar patroon voor zowel een basisregistratie als de leefomgeving.

vocabulaire

Doordat activiteiten ook begrippen zijn, erven ze de eigenschappen van begrippen:

  • een activiteit kan een specialistatie zijn van een meer algemene activiteit. Bijvoorbeeld het exploiteren van een pelsdierhouderij is een specialisatie van het exploiteren van een veehouderij.
  • andersom kan een activiteit een generalisatie zijn van een meer specifieke activiteit. Bijvoorbeeld een milieubelastende activiteit "is een generalisatie van" het exploiteren van een veehouderij, het exploiteren van een drukkerij en ...
  • een activiteit kan bestaan uit meerdere activiteiten. Bijvoorbeeld het exploiteren van een veehouderij 'bestaat uit" het verwerken van mest, het ... en ...
  • andersom kan een activiteit een onderdeel zijn van een bredere activiteit.
  • een activiteit kan betrekking hebben op iets, bijvoorbeeld het exploiteren van een veehouderij 'betreft' een veehouderij (als object).
  • elke uitspraak over een activiteit is gebaseerd op een bron, bijvoorbeeld een uitspraak over het exploiteren van een veehouderij is gebaseerd op het Besluit Activiteiten Leefomgeving.


Daarmee overerven activiteiten de volgende kenmerken van begrippen. Hierdoor ontstaat een samenhangend stelsel van activiteiten:

kenmerk vocabulaire uri
begrip skos:Concept http://www.w3.org/2004/02/skos/core#Concept
naam skos:prefLabel http://www.w3.org/2004/02/skos/core#prefLabel
domein skos:inScheme http://www.w3.org/2004/02/skos/core#inScheme
definitie skos:definition http://www.w3.org/2004/02/skos/core#definition
uitleg skos:comment http://www.w3.org/2004/02/skos/core#comment
toelichting skos:scopeNote http://www.w3.org/2004/02/skos/core#scopeNote
synoniem skos:altLabel http://www.w3.org/2004/02/skos/core#altLabel
heeft als bron dcterms:source http://dublincore.org/documents/dcmi-terms/#terms-source
is specialisatie van skos-thes#broaderGeneric http://purl.org/iso25964/skos-thes#broaderGeneric
is generalisatie van skos-thes:narrowerGeneric http://purl.org/iso25964/skos-thes#narrowerGeneric
is onderdeel van skos-thes#broaderPartitive http://purl.org/iso25964/skos-thes#broaderPartitive
bestaat uit skos-thes#narrowerPartitive http://purl.org/iso25964/skos-thes#narrowerPartitive
heeft betrekking op skos:semanticRelation http://www.w3.org/2004/02/skos/core#semanticRelation


Activiteiten hebben daarnaast nog enkele extra eigenschappen. Dit zijn eigenschappen die niet meer in het raamwerk van een thesaurus passen, maar nog steeds 'talig' zijn. Dit betreft:

  • iedere activiteit wordt altijd door een of meerdere partijen uitgevoerd. Dit kun je een actor noemen. Dit kan een actor zijn, bijvoorbeeld bij de oprichting van een bedrijf of twee actoren bijvoorbeeld bij de overdracht van een huis. Het kunnen ook nog meer zijn als er andere belanghebbenden in het spel zijn. In de omgevingswet wordt gesproken over activiteitenadressaat. Ook daar zal sprake zijn van belanghebbenden.
  • voor een activiteit wordt altijd iets door iemand formeel geregeld. Dit kun je een agent (in de Engelse betekenis van het woord) noemen. Dit kan een notaris zijn bij het oprichten van een bedrijf of de overdracht van een huist. In de omgevingswet is dit het bevoegd gezag.

Daarmee hebben activiteiten bovendien de volgende kenmerken:

kenmerk vocabulaire uri
heeft als aanleiding (in de 'brute' werkelijkheid)  ?  ?
heeft als actor(en)  ?  ?
heeft als agent  ?  ?
betreft object  ?  ?
kent conditie  ?  ?

Verdere uitwerking

Wellicht is de upper-ontology van cidoc-crm, dat is ontwikkeld voor de erfgoedsector, bruikbaar om dit deel te beschrijven:

The "CIDOC object-oriented Conceptual Reference Model" (CRM) is a domain ontology, but includes its own version of an upper ontology.

The core classes cover(1)

  • Space-Time – includes title/identifier, place, era/period, time-span, and relationship to persistent items
  • Events – includes title/identifier, beginning/ending of existence, participants (people, either individually or in groups), creation/modification of things (physical or conceptional), and relationship to persistent items
  • Material Things – includes title/identifier, place, the information object the material thing carries, part-of relationships, and relationship to persistent items
  • Immaterial Things – includes title/identifier, information objects (propositional or symbolic), conceptional things, and part-of relationships


Examples of definitions. (2)

  • Persistent Item – a physical or conceptional item that has a persistent identity recognized within the duration of its existence by its identification rather than by its continuity or by observation. A Persistent Item is comparable to an endurant.
  • Temporal Entity – includes events, eras/periods, and condition states which happen over a limited extent in time, and is disjoint with Persistent Item. A Temporal Entity is comparable to a perdurant.
  • Propositional Object – a set of statements about real or imaginary things.
  • Symbolic Object – a sign/symbol or an aggregation of signs/symbols.


Daarnaast kan een aantal concepten nog een stapje dieper worden uitgewerkt:

  • Bij actoren kun je nog typen onderscheiden, bijvoorbeeld primaire actoren en belanghebbenden.
  • Bij condities kun je typen conditie onderscheiden, bijvoorbeeld preconditie, postconditie en normconditie, waarbij normconditie wellicht een specialisatie is van een preconditie.
  • Wanneer condities gestructureerd worden vastgelegd ontstaat ook voor condities een vocabulaire dat bruikbaar is voor het toepassen van regels in bijvoorbeeld beslisbomen.